Depressie, antidepressiva en seksuele functie

Minder zin in seks, veranderingen in de opwinding, erectieproblemen of moeilijker klaarkomen kunnen voorkomen bij een depressie. Ook bepaalde antidepressiva kunnen de seksuele functie beïnvloeden. Vaak spelen meerdere factoren tegelijk mee: er is niet altijd één duidelijke oorzaak.

Welke verandering merkt u?

Seksuele klachten kunnen over verlangen, lichamelijke opwinding, erectie of lubricatie, orgasme, ejaculatie, gevoeligheid of pijn gaan. Die onderdelen kunnen afzonderlijk veranderen. Erectieproblemen zijn dus maar één mogelijke klacht.

Wat u kunt noteren voor een gesprek met uw arts
KlachtgebiedWat is er veranderd?
VerlangenMinder of anders zin in seks, of een verandering die u zelf als hinderlijk ervaart.
OpwindingMoeilijker lichamelijk opgewonden raken, veranderingen in erectie of lubricatie.
Orgasme of ejaculatieMoeilijker of later klaarkomen, geen orgasme, of een andere ervaring dan voorheen.
Gevoel of pijnMinder gevoeligheid, een doof gevoel in de genitale zone of pijn tijdens seksuele activiteit.

U hoeft niet alle details meteen te bespreken. Een korte beschrijving van wat voor u veranderde en hoeveel last u ervan hebt, kan al helpen.

Wat zegt het tijdsverloop?

Noteer wanneer de klacht begon: vóór of tijdens de depressieve klachten, na de start van een geneesmiddel of na een dosiswijziging. Vermeld ook andere geneesmiddelen, alcohol, slaap, lichamelijke aandoeningen en veranderingen in uw relatie of situatie. Dat zijn aanwijzingen voor de beoordeling, maar ze bewijzen op zichzelf niet wat de oorzaak is.

Belangrijk: het BCFI beschrijft seksuele stoornissen bij bepaalde antidepressiva uit de groepen SSRI's en SNRI's die soms lang kunnen aanhouden, ook na het stoppen. Hoe lang dit kan duren, is niet duidelijk. Verander of stop uw behandeling daarom niet zelf; bespreek aanhoudende klachten met uw arts.
Denkt u aan zelfbeschadiging of zelfdoding? Zoek onmiddellijk hulp; wacht in die situatie niet op een gewone afspraak.

Wat kunt u met uw arts bespreken?

  • welke verandering u merkt en wanneer die begon;
  • hoe de depressieve klachten en de seksuele klachten zich in de tijd tot elkaar verhouden;
  • welke geneesmiddelen of andere factoren kunnen meespelen;
  • hoeveel hinder u ervaart en wat voor u belangrijk is bij de behandeling.

De arts kan samen met u de klachten en behandeling opnieuw bekijken. De mogelijke keuzes hangen af van het geneesmiddel, uw gezondheid en de kans dat depressieve klachten terugkomen. NICE adviseert om mogelijke bijwerkingen, waaronder effecten op de seksuele functie, mee te nemen in het gesprek over behandeling en opvolging.

En bij erectieproblemen?

Erectieproblemen kunnen ook andere lichamelijke of psychologische oorzaken hebben. De Europese Vereniging voor Urologie beschrijft erectiestoornissen als een klacht waarbij de arts onder meer de medische en seksuele voorgeschiedenis beoordeelt. Een middel voor de erectie kan in sommige situaties worden overwogen, maar behandelt geen verminderd verlangen, depressie of relatieprobleem. De arts controleert of zo’n behandeling bij u past en veilig is; seksuele stimulatie blijft nodig.

Als spanning een belangrijk onderdeel is, lees dan ook over stress en erecties. Voor algemene informatie over behandeling en opvolging kunt u verder lezen over antidepressiva en vragen voor uw arts.

Veelgestelde vragen

Bewijst het tijdstip waarop de klacht begon dat mijn antidepressivum de oorzaak is?

Nee. Het tijdsverloop kan helpen bij de beoordeling, maar depressie, andere geneesmiddelen en lichamelijke of relationele factoren kunnen ook meespelen.

Mag ik mijn antidepressivum stoppen of een dosis overslaan om te testen?

Nee. Plots stoppen of doses overslaan kan ontwenningsklachten geven of uw behandeling verstoren. Bespreek de klacht en eventuele aanpassing eerst met uw voorschrijver.

Gaan seksuele bijwerkingen altijd snel over na stoppen?

Dat is niet zeker. Het BCFI meldt dat sommige seksuele stoornissen na gebruik van een SSRI of SNRI langdurig kunnen aanhouden; hoe lang verschilt en is niet duidelijk. Bespreek aanhoudende klachten met uw arts.

Betekent minder verlangen altijd dat mijn testosteron te laag is?

Nee. Stemming, geneesmiddelen en andere factoren kunnen meespelen. Uw arts beoordeelt of verder onderzoek in uw situatie zinvol is.

Officiële informatie